Wenkbrauwlift – De operatie

Een wenkbrauwlift wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg in een ziekenhuis of privékliniek. Een wenkbrauwlift duurt doorgaans één à anderhalf uur en wordt bij voorkeur poliklinisch uitgevoerd. Afhankelijk van de voorkeur van de patiënt en de werkwijze van de plastisch chirurg zal de patiënt ofwel lokaal, ofwel algeheel worden verdoofd. Bij lokale verdoving wordt een kalmeringsmiddel toegediend waarna het voorhoofd wordt geïnjecteerd met een verdovend middel en een vloeistof die bloedverlies tegengaat. De patiënt blijft wakker tijdens de operatieve ingreep, maar zal zich ontspannen voelen en geen pijn ervaren. Bij een algehele verdoving slaapt de patiënt gedurende de operatieve ingreep.

Een wenkbrauwlift wordt tegenwoordig meestal endoscopisch uitgevoerd en niet subcutaan of open. Hierdoor worden gevoels- en aangezichtszenuwen gespaard, zijn het operatiegebied en de operatiewonden kleiner en is de periode van wondgenezing veel korter. Dit houdt in dat er een klein aantal minuscule incisies wordt gemaakt, boven het voorhoofd, net achter de haargrens of in het behaarde gedeelte boven de slapen. Een klein cameraatje met een interne lichtbron, ook wel een endoscoop of potloodcamera genoemd, wordt via één van de incisies onder de huid gebracht zodat de chirurg via een monitor goed zicht heeft op het onderhuidse operatiegebied.

Door enkele andere incisies wordt een scalpel ingebracht waarmee de huid wordt losgemaakt van onderhuids spier- en bindweefsel tot onder de wenkbrauwen. Met het scalpel wordt overtollig weefsel verwijderd en verslapte spieren worden gecorrigeerd door ze in te korten en opnieuw vast te hechten met enkele onderhuidse oplosbare hechtdraadjes. Uitgezakt bindweefsel en botvlies worden strakgetrokken en opnieuw vastgezet. Nadat alles weer op zijn plek zit worden de operatiewondjes van binnen met enkele oplosbare hechtingen gedicht en van buiten met niet-oplosbaar hechtdraad gesloten.

Omdat er diep onder de huidspieren en zenuwen wordt geopereerd, blijft de mimiek intact. Wanneer de operatie naar wens verloopt, hoeft de patiënt dus niet bang te zijn voor een verstarde en expressieloze gelaatsuitdrukking. De wenkbrauwen komen ook niet extreem hoog te staan ten opzichte van het gelaat. Na de operatie zullen enkele kleine littekentjes achterblijven op het voorhoofd, achter de haargrens. Deze littekentjes helen doorgaans goed en zijn zelfs op een kaal hoofd uiteindelijk nauwelijks zichtbaar.

Na de operatie wordt het voorhoofd omzwachteld met een stevig drukverband om wondgenezing te bevorderen. Bij een verhoogde kans op nabloeding worden enkele wonddrains aangebracht om bloed en wondvocht af te voeren.

Naast de endoscopische wenkbrauwlift wordt ook de traditionele wenkbrauwlift zo nu en dan nog uitgevoerd. Bij de traditionele wenkbrauwlift worden incisies in de huid boven beide wenkbrauwen gemaakt. Ellipsvormige stukjes huid worden weggenomen en de operatiewondjes die achterblijven worden met enkele hechtingen gedicht. Hierdoor worden de wenkbrauwen tot ongeveer anderhalve centimeter opgetrokken. Het grote nadeel van deze methode is dat er vrij opvallende littekens boven beide wenkbrauwen achterblijven, vooral bij patiënten met een gaaf voorhoofd.