Ooglaseren – LASIK methode

LASIK (Laser-ASsisted In-situ Keratomileusis) is een type ooglaserbehandeling waarbij de incisie in het hoornvlies handmatig door een chirurg wordt aangebracht. Met oogdruppels wordt het oog verdoofd en gedesinfecteerd. Het andere oog wordt afgedekt met een steriele doek. Met een klemmetje wordt het te behandelen oog wijd opengesperd.

Met behulp van een microkeratoom (minuscuul mesje) snijdt de plastisch chirurg vervolgens een uiterst kleine V-vormige incisie in het hoornvlies waardoor een klein, dun flapje (lamellaire corneaflap) ontstaat dat aan één kant blijft vastzitten aan de oogbol. Tijdens de LASIK behandeling voelt de patiënt gedurende tien seconden een onaangename druk op het oog.

Met een excimer (excited dimer) laser wordt de refractieafwijking gecorrigeerd en zodoende de gezichtsscherpte (visus) geoptimaliseerd door minuscule hoeveelheden dieperliggend hoornvlies te verdampen. Nadat het epitheelflapje is teruggeklapt zal het hoornvlies herstellen. Over het flapje groeit een nieuw epitheellaagje dat het flapje in de toekomst op zijn plaats zal houden. Het losgemaakte flapje zal nooit meer helemaal vastgroeien aan de rest van het hoornvlies.

Een LASIK behandeling is volgens de consensus refractiechirurgie van het NGRC geschikt voor: bijziendheid tot -10D, verziendheid tot +4,5D en astigmatisme tot 6D (eventueel in combinatie met bij- of verziendheid).