Liposuctie: Voor en na de operatie

Voorbereiding

Een liposuctiebehandeling geschiedt onder locale, regionale of algehele verdoving in een ziekenhuis of privé-kliniek, en wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg. Voor welke vorm van verdoving gekozen wordt is afhankelijk van de zwaarte van de ingreep, het aantal te behandelen gebieden en de voorkeur van de patiënt. De duur van de operatie is sterk afhankelijk van het aantal te behandelen locaties. De behandeling van een enkele locatie duurt 1 à anderhalf uur.

Voordat de operatie plaatsvindt, zal de patiënt onderzocht worden op algemene gezondheid. Dit onderzoek kan bestaan uit een bloedtest, bloeddrukmeting en andere kleine lichamelijke tests. Ook zal gekeken worden op welk deel, of welke delen, van het lichaam de behandeling van toepassing zou kunnen zijn. Vervolgens zal een medisch dossier worden samengesteld van al deze gegevens en dit zal worden aangevuld met foto’s en maatstellingen van het lichaam. Of de ingreep ondergaan kan worden als dagbehandeling is afhankelijk van de gezondheid van de patiënt. Bij sprake van twijfel zal een overnachting in het ziekenhuis of de kliniek nodig worden geacht.

Op de plaats waar vet moet worden weggezogen, dat kan zijn buik, heupen, billen, onder- en bovenbenen, knieën, armen, hals, onderkin of een combinatie hiervan, wordt met watervaste stift een operatiepatroon afgetekend. Dit patroon van lijnen geeft precies aan waar de incisies gemaakt moeten worden om de canule in te brengen en waar het vet moet worden weggezogen.

De huid past zich bij gematigde ingrepen doorgaans goed aan de nieuwe lichaamscontouren aan. Bij zwaardere ingrepen kan echter een huidoverschot ontstaan dat alleen verwijderd kan worden door middel van een operatieve ingreep. Hier dient vooraf rekening mee gehouden te worden en de plastisch chirurg kan hier alvorens de operatie plaatsvindt een goede inschatting van maken.

Operatie

Nadat de verdoving in werking is getreden worden er incisies gemaakt op de plekken waar de canule zal worden ingebracht. Deze incisies beperken zich tot minuscule insnijdingen met een lengte van plusminus drie millimeter en vervallen meestal in natuurlijke lichaamplooien, waardoor de incisies nauwelijks zichtbare littekens achterlaten. Na het insnijden worden de incisies met een stompe infiltratienaald ingespoten met een verdovende vloeistof die de vetcellen doet opzwellen waardoor deze zachter en vloeibaarder worden en makkelijker kunnen worden opgezogen. Hierdoor ontstaat nauwelijks bloedverlies en is de behandeling nagenoeg pijnloos. Het duurt ongeveer 20 minuten voordat de vloeistof optimaal werkzaam is.

Middels een canule die is aangesloten op een vacuümpompsysteem wordt vervolgens het vetweefsel weggezogen. De chirurg zal regelmatig voelen of er al genoeg vetweefsel weggezogen is. Vetcellen die zijn weggezogen komen nooit meer terug omdat het lichaam na het verstrijken van de puberteit geen nieuwe vetcellen meer aanmaakt. Vetcellen die achterblijven kunnen na de puberteit overigens wel aanvullend vet opnemen, wat de reden is dat het lichaam in omvang kan toenemen. Het contourveranderende effect van een liposuctiebehandeling is dus blijvend, tenzij de overgebleven vetcellen de kans krijgen om buitengewoon veel vet op te nemen. Een gezond eetpatroon en dagelijkse lichaamsbeweging blijft dus van groot belang, ook om overige lichaamsdelen het afgenomen vetpercentage niet te laten compenseren.

Wanneer de operatie wordt uitgevoerd onder lokale of regionale verdoving, kan de chirurg de patiënt vragen om regelmatig van positie te veranderen om een zo evenwichtig mogelijk resultaat te bewerkstelligen. Het bevoelen door de chirurg en de zuigende kracht van de canules zijn pijnloos maar kunnen door de verdoving ietwat vreemd aanvoelen.

Wanneer er voldoende vet is weggezogen, zullen de incisies worden dichtgeplakt met speciale pleisters of uitwendig worden gehecht met enkele oplosbare hechtingen.

Nazorg

Direct na de operatie krijgt de patiënt een steungevende lipopanty of drukkleding aan die gedurende drie weken na de operatie dag en nacht gedragen dient te worden. Deze kleding zorgt ervoor dat de losse huid goed op de onderliggende laag verkleefd.

De eerste 24 uur na de operatie kan er nog wondvocht en verdovingsvloeistof uit de incisies lekken. Het is daarom verstandig om als patiënt wat oudere kleding mee te nemen die vies mag worden. Het zitten op een celstof matje voorkomt dat er elders dan in de kleding vlekken ontstaan.

De napijn die gepaard gaat met liposuctie valt doorgaans erg mee. De verdovingsvloeistof werkt tot enkele uren na de behandeling door. Daarna zullen behandelde zones erg gevoelig worden. Napijn is over het algemeen goed tegen te gaan met lichte pijnstillers zoals paracetamol.

Blauwe plekken en bloeduitstortingen vervagen doorgaans na 1 à 2 weken. Zwellingen doen er vaak wat langer over om helemaal weg te trekken. Eventuele oplosbare hechtingen verdwijnen vanzelf binnen 8 tot 10 dagen.

Omdat de vochthuishouding verstoord kan raken door een liposuctiebehandeling, is het verstandig om genoeg vocht in te nemen in de vorm van water, bouillon of thee.

Het uiteindelijke resultaat is afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, het genezingsvermogen van het lichaam en de elasticiteit van het behandelde gebied. Garantie voor een bepaald resultaat kan nimmer worden gegeven. Het definitieve resultaat is pas na 6 tot 9 maanden na de operatie zichtbaar.

Risico’s

Napijn, bloeduitstortingen, zwellingen, verkleuringen en gevoelloze huid zijn veelvoorkomende maar relatief onschuldige bijkomstigheden die doorgaans binnen relatief korte tijd vanzelf weer wegtrekken.

Infectie

De mogelijkheid bestaat altijd dat een operatiewond geïnfecteerd raakt. Het komt slechts zelden voor en het risico is dan ook zeer gering.

Nabloeding

De gevolgen van nabloeding worden veelal voorkomen met behulp van wonddrains. Daarbuiten zijn nabloedingen vrij eenvoudig te verhelpen door middel van een kleine vervolgoperatie met als doel het nabloedende bloedvaatje te dichten.

Gevoelloosheid

Rond de operatiewonden kan de huid gevoelloos raken en dit kan tot enkele weken na de operatie aanhouden.

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf komen zeer zelden voor. Deze complicaties kunnen leiden tot tegenvallend resultaat.

Shock

Wanneer er te veel vet wordt weggezogen kan de bloeddruk van de patiënt sterk dalen. In een ernstig geval kan de patiënt daardoor in shock raken. Dit gebeurt echter zeer zelden.

Tegenvallend resultaat

Bij matige rekbaarheid van de huid kunnen door toedoen van het wegzuigen van onderhuids vetweefsel ontsierende huidplooien en bobbels ontstaan. Een chirurg kan hier voorafgaande aan de operatie een redelijke inschatting van maken.