Lipostructure / lipofilling: Voor en na de operatie

Voorbereiding

Het wordt afgeraden om na 10 dagen voor de operatie vitamine E-supplementen of acetylsalicylzuurhoudendehoudende medicijnen zoals aspirine te gebruiken omdat deze bloedverdunnend werken. Wanneer de patiënt allergisch is, dient hij of zij dit van te voren aan te gegeven. Alcohol en/of drugsgebruik na twee weken voor de operatie wordt door de meeste klinieken sterk afgeraden. Veel klinieken eisen dat de patiënt 4 à 6 weken voor de operatie stopt met roken.

De dag van de operatie mag de patiënt gewoon eten. Gezonde voeding komt de genezing na de behandeling ten goede.

Operatie

De behandeling wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg en vindt plaats in een ziekenhuis of privékliniek. Afhankelijk van het te behandelen deel van het lichaam en de zwaarte van de behandeling geschiedt deze onder plaatselijke of algehele verdoving. De duur van de behandeling is in sterke mate afhankelijk van hat aantal te behandelen locaties en de zwaarte van de ingreep. Meestal duurt een behandeling tussen de één en anderhalf uur. Soms is een overnachting noodzakelijk. Voordat de operatie plaatsvindt wordt het te behandelen lichaamsoppervlak afgetekend en ontsmet. Vervolgens wordt de patiënt plaatselijk verdoofd of onder narcose gebracht.

Middels een hele lichte liposuctiebehandeling wordt er bij de patiënt lichaamseigen vetweefsel manueel afgezogen. Vervolgens worden er minuscule insteekgaatjes gemaakt in het donorgebied waarin een kleine hoeveelheid verdovende vloeistof wordt geïnjecteerd. Deze vloeistof maakt het vetweefsel vloeibaarder waardoor het makkelijker kan worden opgezogen. Dit gebeurt op een plek waar een minimale hoeveelheid vet gemist kan worden en de kleine littekens die achterblijven niet opvallen. Meestal is dit in een natuurlijke lichaamsplooi van de onderbuik, rond de navel, bij de heupen of bij de dijbenen.

Het vetweefsel wordt opgevangen en vervolgens gecentrifugeerd. Middels dit centrifugeerproces worden de bruikbare levende vetcellen gescheiden van onbruikbaar materiaal zoals vocht, rode bloedlichamen, dode vetcellen en bindweefsel. Ook in het receptorgebied worden minuscule insteekgaatjes gemaakt waardoor de vetcellen worden ingespoten. Nadat het geconcentreerde levende vetweefsel gefilterd is, wordt het met een zeer fijne canule ingebracht in de huid en het daaronder gelegen bind- en spierweefsel van de op te vullen plaatsen.

Doordat het lichaam behandeld wordt met lichaamseigen weefsel, kunnen er geen afstotingsverschijnselen, allergische reacties of andere reacties op lichaamsvreemde materialen ontstaan. Wel sterven er tijdens de eerste dagen na de behandeling nog zo’n 20 tot 30 procent van de ingespoten lichaamseigen vetcellen af door het gebrek aan bloedtoevoer. De plastisch chirurg zal de vetcellen zodanig proberen in te spuiten dat ze worden omgeven door bloedvaten en de kans op groei van bloedvaten in de getransplanteerde vetcellen het grootst is. Nadat er nieuwe bloedvaatjes in het vetweefsel zijn aangegroeid komt de bloedtoevoer weer op gang. Om het afsterven van vetcellen teniet te doen, wordt er door de meeste klinieken een zogenaamde overcorrectie toegepast. Dat houdt in dat er meer vetcellen worden ingespoten dan voor het gewenste resultaat nodig zijn. Dit om de vetcellen die afsterven te compenseren. Wanneer er teveel vetcellen afsterven kan een tweede operatie noodzakelijk zijn voor een optimaal resultaat.

De insteekgaatjes in het donor- en receptorgebied worden niet gehecht zodat de verdovingsvloeistof en het wondvocht tijdens de eerste uren na de operatie kunnen weglekken. Vanaf het moment dat de geïnjecteerde vetcellen die het hebben overleefd zijn voorzien van nieuwe bloedvaten, is het resultaat blijvend. De geïnjecteerde vetcellen die het overleven worden bij gewichtstoename overigens net als alle andere vetcellen navenant groter.

Het gewenste resultaat is mede afhankelijk van de kwaliteit en elasticiteit van de huid, de stevigheid van de onderliggende spieren, de dikte van de onderhuidse vetlaag en de lengte/gewicht verhouding.

Nazorg

De eerste 24 uur na de operatie zal er nog wondvocht en verdovingsvloeistof uit de incisies lekken. Het is daarom verstandig om als patiënt wat oudere kleding mee te nemen die vies mag worden. Het zitten op een celstof matje voorkomt dat er elders dan in de kleding vlekken ontstaan.

De napijn die gepaard gaat met een lipostructurebehandeling valt doorgaans erg mee. De verdovingsvloeistof werkt tot enkele uren na de behandeling door. Daarna zullen behandelde zones erg gevoelig worden. Napijn is over het algemeen goed tegen te gaan met lichte pijnstillers zoals paracetamol. Blauwe plekken en bloeduitstortingen vervagen doorgaans na 1 à 2 weken. Zwellingen doen er vaak wat langer over om helemaal weg te trekken

.

Het is verstandig om de eerste twee weken na de behandeling niet in bad te gaan. Een heet bad kan namelijk zwellingen veroorzaken. Wel mag de patiënt 24 na de operatie alweer lauw douchen zonder zeep. Vanaf de eerste dag na de behandeling is het verstandig om met regelmaat te bewegen. Een goede bloedsomloop is namelijk cruciaal voor een optimaal resultaat.

Het is verstandig om veel water, thee en/of bouillon te drinken om de vochthuishouding weer te stabiliseren en om de nieren te stimuleren zich te ontdoen van de verdovingsvloeistof. In overleg met de plastisch chirurg kan er gekozen worden om een antibacterieel middel op de wondjes te smeren. Het masseren van de behandelde zones tijdens de eerste zes weken na de operatie wordt ten strengste afgeraden. Na ongeveer twee maanden is het uiteindelijke resultaat zichtbaar.

Risico’s

Napijn, bloeduitstortingen, zwellingen, verkleuringen en gevoelloze huid zijn veelvoorkomende maar relatief onschuldige bijkomstigheden die doorgaans binnen korte tijd vanzelf weer wegtrekken.

Infectie

De mogelijkheid bestaat altijd dat een operatiewond geïnfecteerd raakt. Het komt slechts zelden voor en het risico is dan ook zeer gering.

Nabloeding

De gevolgen van nabloeding worden veelal voorkomen met behulp van wonddrains. Daarnaast zijn nabloedingen vrij eenvoudig te verhelpen door middel van een kleine vervolgoperatie met als doel het nabloedende bloedvaatje te dichten.

Gevoelloosheid

Rond de operatiewonden kan de huid gevoelloos raken en dit kan tot enkele weken na de operatie aanhouden.

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf komen zeer zelden voor. Deze complicaties kunnen leiden tot tegenvallend resultaat.