Kaakcorrectie / Kincorrectie – De operatie

De operatietechniek die wordt gebruikt is geheel afhankelijk van de kaakafwijking en de manier waarop deze gecorrigeerd dient te worden. Om een kaak of een kaakdeel te kunnen verschuiven en zodanig te corrigeren, zullen in veruit de meeste gevallen twee zaagsneden in het kaakbot moeten worden gemaakt.

Het zagen gebeurt met een klein elektrisch of hydraulisch zaagje. Het doorzagen van het kaakbeen om het vervolgens te verlengen, in te korten of van groeirichting te veranderen, wordt osteotomie genoemd.

De volgende operatietechnieken zijn binnen de kaakchirurgie mogelijk middels osteotomie:

  • Kaakverkleining (onderkaak)
  • Kaakvergroting (onderkaak)
  • Verplaatsing van de gehele bovenkaak
  • Verplaatsing van een kaakgedeelte
  • Kincorrectie / Kinverkleining /Kinvergroting

Voor verlenging van de bovenkaak is behalve osteotomie, ook distractie osteogenese mogelijk. Distractie osteogenese is ook mogelijk om de bovenkaak te verbreden.

Kaakverkleining (onderkaak)

Wanneer de onderkaak te groot is, steekt deze uit tot voorbij de bovenkaak. Deze indicatie wordt “onderbeet” genoemd. De onderkaak kan naar achteren worden verplaatst door er aan beide kanten een verticale botincisie in te maken. De delen met de kaakkopjes worden naar buiten geduwd, waarna het middelste deel naar achteren wordt geschoven.

De botdelen aan beide kanten van de kaak zullen elkaar hierdoor een stukje overlappen. De overlappende botdelen zullen uiteindelijk weer aan elkaar vastgroeien zoals natuurlijke fracturen.

Na de overlapping wordt de onderkaak vastgezet aan de bovenkaak met staaldraad wat tot zes weken moet blijven zitten. Gedurende deze periode kan enkel vloeibare voeding worden genuttigd.

Wanneer dezelfde splijtmethode wordt gebruikt die doorgaans wordt gehanteerd tijdens een kaakvergroting, bestaat de mogelijkheid om de overlappende delen aan elkaar vast te schroeven. Daardoor hoeven beide kaken niet aan elkaar vast te worden gemaakt, wat doorgaans een heleboel ellende voorkomt.

Beide technieken worden via de mondholte uitgevoerd, wat de noodzaak van uitwendige operatiewonden, hechtingen en littekens voorkomt.

Kaakvergroting (onderkaak)

Wanneer de onderkaak te klein is, steekt de bovenkaak uit tot voorbij de onderkaak. Deze indicatie wordt “overbeet” genoemd. Door de onderkaak aan beide kanten op specifieke wijze in te zagen en te splijten, kan het middelste deel van de onderkaak naar voren worden getrokken, waardoor het kaakbeen aan beide kanten uitschuift, zonder dat de drie delen onderling contact verliezen op de splijtsneden.

De onderkaak zal in de gewenste positie worden getrokken ten opzichte van de bovenkaak waarna de kaakdelen aan beide kanten weer aan elkaar worden vastgeschroefd.

De drie onderkaakdelen zullen uiteindelijk weer aan elkaar vastgroeien zoals natuurlijke fracturen.

De mond kan direct na de ingreep weer worden geopend zoals voorheen. Wanneer onderhuidse verstandskiezen de botzaagsnede in de weg staan, worden deze tenminste zes maanden tevoren verwijderd.

Verplaatsing van de gehele bovenkaak

Door een groeiafwijking van de beide kaken, kan het voorkomen dat de rij tanden in de bovenkaak en de rij tanden in de onderkaak, aan de voorkant niet geheel op elkaar aansluiten. Het verplaatsen van de gehele bovenkaak, is onder andere van toepassing bij het verhelpen van deze indicatie.

Om de bovenkaak in zijn geheel te verplaatsen, dient er een horizontale botzaagsnede te worden gemaakt, dwars door het neustussenschot en de naastgelegen kaakholtes. Daarmee wordt de bovenkaak los gemaakt van de rest van de schedel. Wanneer er een tekort aan botweefsel ontstaat door het verplaatsen van de bovenkaak, dient er donormateriaal te worden gewonnen uit kin (onderkaak) of bekkenkam (heupkom).

Wanneer de bovenkaak in de juiste positie staat ten opzichte van het gelaat en de onderkaak, wordt deze met stalen plaatjes en schroefjes vastgemaakt aan de schedel, en indien noodzakelijk met staaldraad vastgemaakt aan de onderkaak.

Gewoonlijk kan de bovenkaak worden vastgeschroefd, waardoor de mond direct na de operatie, net zoals voorheen kan worden geopend. Doordat de tong zich bij het slikken tussen de tanden wringt, kan er overigens opnieuw een open beet ontstaan.

Verplaatsing van een kaakgedeelte

Een kaakcorrigerende ingreep maakt het niet alleen mogelijk de boven- en/of onderkaak in zijn geheel te verplaatsen, maar ook slechts een klein botdeel inclusief de omsloten tanden en/of kiezen te verschuiven.

Tegenwoordig is dit soort kleinere operatieve kaakchirurgische ingrepen steeds vaker onnodig dankzij gemoderniseerde beugels.

Kincorrectie / Kinverkleining /Kinvergroting

De vorm van de kin bepaalt voor een groot deel het gezichtsprofiel. Wanneer de vorm van de kin als onesthetisch wordt ervaren, kan een eenvoudigere variant van kaakcorrectie uitkomst bieden. Middels kincorrectie oftewel mentoplastiek kan de kin zowel worden vergroot als verkleind. Vaak wordt een kincorrectie uitgevoerd als aanvulling op een kaakcorrectie.

Wanneer het benige deel van de kin moet worden verkleind, wordt middels een incisie in het tandvlees en een zaagsnede in het kinbot, een stukje kin losgemaakt. Het losgezaagde botdeeltje wordt vervolgens in de gewenste positie geplaatst en vastgeschroefd, of juist verwijderd.

Het corrigeren van een te kleine kin wordt gedaan middels een kinimplantaat. Er wordt een siliconen of Goretex® implantaat ingebracht via een incisie die binnensmonds of onder de kin wordt gemaakt. Een langere of geprononceerdere kin is hiervan het resultaat. Ook kan een botdeeltje worden losgezaagd en naar voren worden geschoven (genioplastiek), waarna het wordt vastgeschroefd.

Distractie osteogenese

Een alternatief voor osteotomie van de bovenkaak is distractie osteogenese (verlenging van beenderen). Bij deze methode wordt de bovenkaak niet op twee punten doorgezaagd, maar wordt alleen de botcortex (harde buitenkant van het bot) op twee plaatsen gekliefd. Vervolgens wordt de boven of onderkaak uitgerekt, met behulp van een speciaal soort mechaniek (distractor).

De distractor bestaat uit een halve cirkelvormige stalen constructie die met schroeven in de schedel wordt bevestigd. In het midden van de halve cirkel is een stalen stang aangebracht, die loodrecht naar beneden loopt en vast zit aan een geavanceerde orthodontistische beugel, die in de kaak en/of het gebit wordt bevestigd.

Nadat de mechaniek is aangebracht, is een rustpauze van plusminus een week verijst, waarna het verlengingsproces begint. De mechaniek bevat een aantal schroefpunten die beetje bij beetje kunnen worden bijgesteld waardoor het bot uitrekt. De kaakdelen worden voorzichtig uiteengedraaid, tot het gewenste resultaat bereikt is.

De gewenste kaakstand wordt doorgaans binnen twee à drie weken bereikt door tweemaal per dag 0,5 millimeter te corrigeren. Vervolgens moet de distractor nog eens twaalf weken blijven zitten om het behaalde resultaat te waarborgen.

Aanzienlijke voordelen van deze methode zijn:

  • Er is geen donormateriaal nodig
  • Deze behandeling kan op relatief jonge leeftijd worden ondergaan

Verbreding van de bovenkaak

Wanneer de bovenkaak te smal is, kan er ruimtegebrek ontstaan voor tanden en kiezen en kan een afwijkende beet ontstaan in verhouding tot de onderkaak.

De bovenkaak zal op meerdere plaatsen gespleten worden om de kaak te ondermijnen, waarna een kleine expansiebeugel of distractor op het gehemelte wordt geschroefd. Dit mechaniek zal, door de patiënt zelf, twee keer per dag een halve millimeter worden aangedraaid tot het gewenste resultaat is bereikt.

Hierna zal de distractor tot acht weken moeten blijven zitten om het behaalde resultaat te waarborgen. Door het uitrekken kunnen er spleten ontstaan tussen de tanden die met een orthodontistische beugel kunnen worden verholpen.