Halslift – De operatie

Een halslift (platysmaplastiek) wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg met behulp van een of meerdere operatie-assistenten en vindt plaats in een ziekenhuis of privékliniek. Een halslift geschiedt doorgaans onder narcose ofwel algehele verdoving, maar wordt ook steeds vaker onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. Een halslift duurt – afhankelijk van de complexiteit van de ingreep – één tot drie uur en wordt bij voorkeur poliklinisch uitgevoerd.

Wanneer de verdoving volledig is ingewerkt begint de plastisch-chirurg met de operatie. Om bij de halsspier te komen en de huid strak te kunnen trekken wordt er een incisie gemaakt in het gebied achter de oorschelp en/of achter de haarlijn in de nek. Meestal begint de incisie aan de voorkant van beide oorlellen en loopt deze in een halve cirkel rond de oorlellen, richting de achterkant van beide oren, via het achterhoofd omhoog tot aan de haarlijn. De littekens zullen hierdoor grotendeels achter de oorschelpen en de haargrens vervallen.

Voor een optimaal resultaat zal eventueel overtollig vetweefsel in de halsregionen middels liposuctie of liposculptuur moeten worden verwijderd. Overtollig vet onder de kin dat het esthetische succes van de operatie in de weg staat kan middels liposculptuur via een minuscule plaatselijke incisie worden weggezogen. Vervolgens zal de huid vanaf de kaakrand tot aan de hals worden losgesneden van onderhuids spier- en bindweefsel.

Het liften van de hals wordt doorgaans gerealiseerd door de platysma (dunne halsspier) onderhuids, voor en achter beide oren, opnieuw vast te zetten. Soms wordt er een aanvullende incisie in de kin gemaakt om de dunne halsspier nog strakker op te kunnen spannen. Het onderhuidse weefsel wordt gelift door het op zijn oorspronkelijke plaats vast te hechten en overtolligheden weg te snijden. Hierdoor krijgt de hals zijn jeugdige, strakke en vlakke vorm terug.

Nadien wordt het onderhuidse weefsel laagje voor laagje gedicht met oplosbare hechtingen waarna de losgemaakte huid over het hervormde onderhuidse spier- en bindweefsel wordt getrokken. Overtollige huid zal worden verwijderd en tenslotte zal de huid aan de oppervlakte worden gedicht met enkele niet-oplosbare hechtingen.

Minder geprononceerde onesthetischheden in de halsregionen worden nog weleens weggewerkt door het aanspannen van de huid met slechts enkele hechtingen achter de oren. Het voordeel hiervan is dat er geen operatie nodig is. Deze methode heeft echter enkele verregaande nadelen. Er zullen namelijk huidophopingen achter de oren achterblijven en het resultaat is relatief minder strak.

Na de operatie wordt de hals gekoeld om zwellingen tegen te gaan en bloedingen te stelpen. Vervolgens wordt een groot en stevig gekoeld drukverband om de hals en het gelaat aangebracht. Er worden eventueel wonddrains ingebracht om nare gevolgen van nabloedingen te voorkomen.