Facelift: Voor en na de operatie

Voorbereiding

Tijdens een eerste consult heeft de patiënt de gelegenheid om zijn of haar wensen kenbaar te maken aan de plastisch chirurg. Deze zal vervolgens aangeven in welke mate er aan deze wensen kan worden voldaan met de mogelijkheden die voor handen zijn.

Vlak voor de ingreep wordt de algemene gezondheid en het bloed onderzocht. Het is verstandig om op streefgewicht te zijn voordat je een facelift ondergaat. Sterk afvallen of aankomen na de operatie kan het resultaat negatief beïnvloeden. Het wordt meestal verplicht en in ieder geval ten zeerste aangeraden om minstens vier maanden voor de operatie te stoppen met roken. Nicotine vernauwt namelijk de bloedvaten en verhoogt de kans op verstoorde wondgenezing. Ook mogen vanaf veertien dagen voor de operatie geen acetylsalicylzuurhoudende medicijnen meer worden gebruikt, zoals aspirine, omdat deze de bloedstolling nadelig kunnen beïnvloeden. Een dag voor de ingreep moet het haar worden gewassen en de dag van de ingreep mag geen make-up worden aangebracht.

Het is belangrijk om tijdens de operatie nuchter te zijn. Dit betekent dat er vanaf zes uur voor de operatie niet meer mag worden gegeten en vanaf twee uur voor de operatie niet meer mag worden gedronken.

Zoals bij iedere andere plastisch-chirurgische ingreep is het zeer belangrijk om reële verwachtingen te hebben. Er zal altijd worden gestreefd naar het best mogelijke resultaat, maar perfectie zal nooit worden verworven. Tegenvallende resultaten zijn altijd mogelijk.

Operatie

Een facelift wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg in een ziekenhuis of privé-kliniek en geschiedt onder algehele verdoving. Een facelift duurt doorgaans drie tot vier uur.

Een klassieke facelift, ofwel rhytidectomie, is een operatieve ingreep waarmee de plooien en rimpels in de gezichtshuid en hals worden strakgetrokken. De huid van hals en wangen wordt middels een incisie losgemaakt van de onderliggende spier- en weefsellaag. De incisie wordt gemaakt in de behaarde hoofdhuid, een stukje boven de slapen, en loopt van daaruit langs de oren naar beneden. Vervolgens maakt de insnijding een bochtje om de onderkant van de oren heen, om via de achterkant van de oren weer onder de haargrens te verdwijnen.

De huid wordt opgetild waarna overtollig vet- en huidweefsel wordt weggenomen. Soms worden aanvullende insnijdingen gemaakt om de hals, oogleden en wenkbrauwen te herstructureren. De huid wordt vervolgens strakgetrokken richting de haargrens, achter de oorschelp. Zo nu en dan volstaat het niet om alleen de huid te verstrakken, maar zal ook de onderliggende weefsellaag moeten worden aangespannen. Bij geprononceerde plooivorming onder de kin, zal ook daar een huidsnede gemaakt moeten worden om dit gebied te verstrakken. Bij risico op nabloeding worden drains in de wond aangebracht om wondvocht en bloed uit de wond af te voeren. Deze drains worden de volgende dag verwijderd.

Door middel van een facelift worden de gevolgen van het verouderingsproces van de huid deels teruggedraaid maar niet stopgezet. Het verslappen van de huid gaat na de ingreep door zoals daarvoor. Hoelang het resultaat van een facelift optimaal blijft, verschilt per persoon. Vaak wordt na 5 tot 10 jaar gekozen voor een herhalingsoperatie.

De pijn die een facelift teweegbrengt valt volgens klinieken en chirurgen erg mee, maar commentaar van patiënten varieert van “Meer ongemak dan pijn.” tot “Ik had niet verwacht dat het zo pijnlijk zou zijn.” Pijn kan in ieder geval draaglijker gemaakt worden met pijnstillers.

Nazorg

Na de operatie zal het gezicht worden omzwachteld met drukverband wat tot enkele dagen na de ingreep moet blijven zitten.

Het wordt ten zeerste aangeraden om tot 24 uur na de operatie optimale rust te nemen. Het hoofd moet zo min mogelijk worden bewogen. Gezicht en hals zullen na de operatie gezwollen, verkleurd en gevoelig of pijnlijk zijn en er zullen bloeduitstortingen en blauwe plekken zichtbaar zijn. Doorgaans trekken de zichtbare plekken binnen twee weken weg

.

Door het gezicht koel te houden en door te slapen met het hoofd hoger dan het lichaam, versnelt het genezingsproces en vermindert de pijn. Het wordt afgeraden om tot een week na de operatie handelingen te verrichten die de druk op het gelaat verhogen.

Pas drie weken na de operatie mag weer cosmetica op het gezicht worden aangebracht en deze moet ’s avonds zorgvuldig worden verwijderd.

Plusminus drie weken na de ingreep ziet het gezicht er weer dusdanig hersteld uit dat er niet direct te zien is dat er een facelift is ondergaan. Wel zal de huid nog onregelmatigheden vertonen.

Een tot twee weken na de ingreep worden de uitwendige hechtingen verwijderd. De inwendige hechtingen zijn oplosbaar en verdwijnen dus vanzelf.

Uiteindelijk zal er voor de oren een dun litteken achterblijven dat in de meeste gevallen amper zichtbaar is. Achter de oren en op de haargrens zullen duidelijke littekens achterblijven maar deze worden gecamoufleerd door oren en haar. Indien er een incisie in de kin is gemaakt zal ook hier een zichtbaar litteken achterblijven. Pas na enkele maanden is het uiteindelijke resultaat van de facelift zichtbaar.

Risico’s

Net als aan iedere andere plastisch-chirurgische ingreep, zijn er ook aan een facelift risico’s verbonden.

Infectie

De mogelijkheid bestaat altijd dat een wond gaat infecteren. Het risico is zeer klein en het komt dan ook zelden voor.

Nabloeding

Nabloeding wordt veelal voorkomen door drains te plaatsen en is vrij eenvoudig te verhelpen door middel van een kleine vervolgoperatie om het nabloedende bloedvaatje te dichten.

Vochtophoping of stugheid

Op kleine plekjes in het gezicht kan vocht zich ophopen. Ook kunnen stugge plekjes ontstaan. Deze trekken echter vanzelf weg. Behandeling door een schoonheidsspecialist kan het herstelproces versnellen.

Zenuwbeschadiging

Heel soms raakt een takje van de aangezichtszenuw beschadigd. Het deel van het gelaat waarin deze uitmondt, kan dan niet meer worden bewogen. Meestal herstelt dit zich geheel of gedeeltelijk.

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf

Dit komt zeer zelden voor. Verstoorde wondgenezing en weefselversterf kunnen leiden tot tegenvallend resultaat.