Dijbeenlift: Voor en na de operatie

Voorbereiding

Wat er met het eigen lichaam gebeurt, bepaald de patiënt natuurlijk helemaal zelf. Daarom is het belangrijk dat de patiënt alle wensen en verwachtingen duidelijk kenbaar maakt aan de plastisch chirurg.

De plastisch chirurg kan daarop aangeven of er, met de voorhanden zijnde mogelijkheden, wel of niet aan deze wensen en verwachtingen kan worden voldaan. Dit geeft de patiënt duidelijkheid over het reëel te verwachten resultaat. Het is bij elke operatie zeer belangrijk om reële verwachtingen te hebben van het eindresultaat en te beseffen dat een plastisch-chirurgische ingreep hoogstens verregaande verbetering teweegbrengt, maar nooit perfectie. Het zorgvuldig en veelvuldig inwinnen van informatie verkleint de kans op achteraf tegenvallende resultaten.

Kort voordat de operatie plaatsvindt, wordt de algemene gezondheid van de patiënt onderzocht. Meestal gaat dit gepaard met een bloedonderzoek. Sterke gewichtstoename of –afname na een dijbeenlift kan het resultaat van de operatie negatief beïnvloeden. Om het resultaat zolang mogelijk te laten voortduren, is het dus belangrijk om tijdens de operatie op streefgewicht te zijn en naderhand op gewicht te blijven. Nicotinegebruik vernauwd de bloedvaten en kan gezonde wondgenezing in zeer negatieve zin beïnvloeden. Het wordt daarom door de meeste klinieken verplicht en in ieder geval aangeraden om minstens vier maanden voor de operatie te stoppen met roken. Ook het gebruik van acetylsalicylzuurhoudende medicijnen wordt ten strengste afgeraden omdat deze een kwalijk effect kunnen hebben op de bloedstolling.

De patiënt dient tijdens de operatie nuchter te zijn. Dit houdt in dat de patiënt vanaf zes uur voor de operatie niet meer mag eten en vanaf twee uur voor de operatie niet meer mag drinken.

Operatie

Een dijbeenlift wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg in een ziekenhuis of privé-kliniek en geschiedt onder algehele verdoving oftewel narcose. Een dijbeenlift duurt doorgaans drie tot vier uur.

Alvorens de verdoving, zal de plastisch chirurg je vragen te gaan staan waarna hij een operatiepatroon aftekent op de dijbenen. Dit patroon geeft precies aan waar de incisies moeten worden gemaakt en welk deel van de huid zal worden weggenomen. Het operatiepatroon loopt over de liesstreek en vormt ellipsen over beide lies- en bilplooien. In ernstigere gevallen zal ook een lijn getekend worden op de achterkanten van de binnenzijden van de bovenbenen tot aan de knieholtes.

Hierna wordt de patiënt verdoofd en wordt de te behandelen huid ingespoten met een insulinehoudende vloeistof die overmatig bloedverlies tegengaat. Vervolgens wordt de huid losgemaakt van onderliggend spier- en vetweefsel. Redundante huid zal worden weggesneden en de wonden zullen tenslotte in- en uitwendig worden gehecht. Door sommige klinieken wordt indien mogelijk een lijmachtige vloeistof gebruikt waardoor hechten niet nodig is.

Als er naast een overschot aan huid, ook sprake is van overtollig vetweefsel, dan kan een dijbeenlift gecombineerd worden met liposculptuur. In dat geval zal naast het weghalen van het teveel aan huid, ook overtollig vetweefsel worden weggezogen. De dijbenen zullen hierdoor niet alleen strakker, maar ook dunner worden. Door de aanvullende liposculptuur zal de operatie één tot enkele uren langer duren.

De plastisch chirurg zal altijd proberen om de littekens zoveel mogelijk in de lies- en bilplooien te laten vervallen. De eventuele littekens op de achterzijde van de benen zullen echter altijd in meer of mindere mate zichtbaar blijven. Er bestaat altijd een reële kans dat de littekens, onder invloed van zwaartekracht en beweging, ietwat naar beneden zakken waardoor ze na verloop van tijd onder de bikinilijn komen te zitten.

Na afloop van de operatie worden eventueel drains in de wonden aangebracht om bloed en wondvocht af te voeren. Deze zullen sowieso worden geplaatst bij verhoogde kans op nabloeding. Napijn kan veelal draaglijk worden gemaakt met behulp van pijnstillers.

Nazorg

Napijn, blauwe plekken, zwellingen, bloeduitstortingen, gevoelloosheid en dergelijke zijn normaal na een plastisch chirurgische operatie. Deze trekken doorgaans binnen drie tot zes weken weg. Het wordt aangeraden om de eerste week na de operatie dag en nacht een elastisch kleefpleisterverband of drukpak te dragen dat erg hinderlijk kan zijn. Daarna dient nog zes weken een steunpanty of lipopanty gedragen te worden om wondgenezing te stimuleren en te vergemakkelijken.

Rust is geboden na een dergelijke plastisch-chirurgische ingreep en het wordt dan ook aangeraden om minstens een week zowel fysiek als mentaal zo min mogelijk te ondernemen. Hoe minder druk en spanning er op de benen komt te staan, hoe efficiënter de wonden zullen genezen. Lopen, zitten, bukken en hurken zal de eerste dagen na de ingreep niet gemakkelijk zijn. Na een week mogen lichte werkzaamheden worden hervat, met zwaardere lichamelijke arbeid dient de patiënt minstens een maand te wachten.

De dag na de ingreep is het al mogelijk om kort te douchen. Zorg wel dat het verband niet nat wordt. Om zwellingen te voorkomen mag het water bovendien niet te heet zijn. De littekens mogen niet worden blootgesteld aan direct zonlicht om inbranden te voorkomen. Het uiteindelijke resultaat is pas zichtbaar nadat de operatiewond en het onderhuidse weefsel volledig genezen zijn, dit kan tot ongeveer een jaar duren.

Eventuele uitwendige hechtingen zullen één tot drie weken na de ingreep worden verwijderd. Inwendige hechtingen lossen vanzelf op.

Risico’s

Hoewel het risico op complicaties meevalt, dient er wel te allen tijde rekening mee te worden gehouden. Elke plastisch-chirurgische ingreep breng risico’s met zich mee en deze kunnen soms zeer ernstige consequenties tot gevolg hebben.

Napijn, bloeduitstortingen, zwellingen en gevoelloze huid zijn veelvoorkomende maar relatief onschuldige bijkomstigheden.

Infectie

De mogelijkheid bestaat altijd dat een wond gaat infecteren. Het risico is zeer klein en het komt dan ook slechts in één tot twee procent van de gevallen voor.

Nabloeding

De gevolgen van nabloeding worden veelal voorkomen met behulp van drains. Nabloeding is daarnaast vrij eenvoudig te verhelpen door middel van een kleine vervolgoperatie om het nabloedende bloedvaatje te dichten.

Zenuwbeschadiging

Heel soms raakt een motorische zenuw beschadigd. Het deel van het been waarin deze uitmondt, kan dan niet meer worden bewogen. Meestal herstelt dit zich geheel of gedeeltelijk.

Littekenvorming

Er wordt altijd getracht de incisies zo te maken dat de operatielittekens na de ingreep zo min mogelijk opvallen. Dat littekens weinig of niet opvallen is echter niet te garanderen. Dat opvallende littekens achterblijven is altijd een risico.

Gevoelloosheid

Rond de littekens zal de huid gevoelloos raken en dit zal geruime tijd zo blijven. In enkele gevallen keert het gevoel rondom de littekens niet of niet geheel terug.

Trombose

Trombose ontstaat zeer zelden, maar is wel een potentiële dreiging. De kans op een trombosebeen is kleiner dan 1 procent. Trombose kan weer leiden tot longembolie, maar ook dit komt zeer zelden voor. Vooral roken en overgewicht vergroten het risico hierop.

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf komen zeer zelden voor. Deze kunnen leiden tot tegenvallend resultaat.