Borstlift: Voor en na de operatie

Een borstlift wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg in een ziekenhuis of privé-kliniek. De operatie wordt verricht onder algehele verdoving ofwel narcose en duurt doorgaans ongeveer drie uur.

Voorbereiding

In overleg met de plastisch chirurg wordt het beoogde resultaat vastgesteld en hierop wordt de meest geschikte operatiemethode aangepast. Er zijn verschillende plastisch-chirurgische technieken mogelijk voor het ten uitvoer brengen van een borstlift. Welke operatietechniek het meest geschikt is, is afhankelijk van het type borst. Hierbij wordt rekening gehouden met de mate van verslapping, de conditie van de borsthuid en de kwaliteit en het volume van het borstklierweefsel.

Indien de borsten door de patiënt niet alleen als te slap, maar ook als te klein worden ervaren, kan een borstlift worden aangevuld met een borstvergroting. Voor een voller aanzicht kan het namelijk nodig zijn om behalve de borsten te liften, tevens een prothese ofwel implantaat in te brengen. Een borstlift en borstvergroting zijn echter niet altijd tegelijkertijd uitvoerbaar. Dit zal moeten worden overlegd met de dienstdoende plastisch chirurg.

Het is zeer belangrijk om reële verwachtingen te hebben van het resultaat van een esthetische ingreep. Een plastisch-chirurgische operatie brengt hoogstens verregaande verbetering teweeg maar nooit volmaaktheid. Het resultaat van een borstlift kan na verloop der jaren tevens achteruitgaan door invloed van zwaartekracht, veroudering en eventuele gewichtsschommelingen.


Operatie

Wanneer is overeengekomen welk gewenste resultaat dient te worden nagestreefd en er is vastgesteld of een borstlift op zichzelf volstaat of juist gecombineerd zal worden met een prothese, wordt er een operatiepatroon afgetekend op de borsten. Dit patroon loopt doorgaans vanuit een kleine cirkel rondom de tepelhof verticaal naar beneden over de borst richting de borstplooi en vervolgens horizontaal over de gehele borstplooi. Het litteken dat achterblijft na de operatie wordt door zijn herkenbare vorm een ankerlitteken ofwel omgekeerde T genoemd.

Over het operatiepatroon wordt een incisie gemaakt en overtollig huidweefsel wordt vervolgens verwijderd. Daarnaast wordt een nieuw model van de borst gevormd waarbij de tepel wordt verplaatst. Het huidoverschot onder de tepel dient verwijderd te worden en indien nodig wordt ook de vorm van de tepel gecorrigeerd of de tepelhof verkleind. Wanneer de borstlift gepaard gaat met een borstvergroting wordt ook een prothese ingebracht.

Als de verslapping meevalt, kan het volstaan om enkel en alleen huidweefsel rond de tepelhof te verwijderen. Het voordeel hiervan is dat er uitsluitend een litteken ontstaat precies op de natuurlijke overgang van de tepelhof naar de normale borsthuid die zeer sterk camoufleert. Het verticale litteken dat van de tepel naar de borstplooi loopt en doorgaans het meest opvallend is komt in dat geval dus te vervallen, evenals het horizontale litteken over de borstplooi.

Nadat de borst opnieuw gevormd is, worden de wonden zowel in- als uitwendig gehecht. Aan het einde van de operatie kunnen drains worden aangebracht in de wonden om bloed en wondvocht af te voeren of bij verhoogd risico op nabloeding.

Nazorg

Na de operatie zijn de borsten stevig verbonden en zullen ze zeer gevoelig zijn. Er kunnen zwellingen, kneuzingen en bloeduitstortingen optreden die vanzelf weer wegtrekken.

Na ongeveer tien dagen worden de uitwendige hechtingen verwijderd; de inwendige hechtingen lossen vanzelf op.

Het wordt ten zeerste aangeraden om tot een maand na de ingreep, dag en nacht, een speciale ondersteunende bh te dragen om snel en voorspoedig herstel te bevorderen.

Lichamelijke activiteiten zoals zware fysieke werkzaamheden, sporten, tillen en bukken worden ten strengste afgeraden en mogen pas na ongeveer drie weken na de ingreep worden hervat.

Een laserbehandeling die achteraf kan worden uitgevoerd kan de achtergebleven littekens minder doen opvallen.

Risico’s

Het is niet altijd mogelijk om de wensen van de patiënt in hun totaliteit te realiseren. Er wordt bij een borstlift gestreefd naar een optimaal resultaat, maar de symmetrie, de vorm en de littekens kunnen uiteindelijk tegenvallen.

Een borstlift wordt zeer frequent uitgevoerd en de kans op complicaties is mede daardoor relatief klein. Toch kunnen zich altijd complicaties voordoen.

Hematoom

Er kan bloed achterblijven in de borsten. Wanneer dit slechts weinig is, lost het lichaam dit vanzelf op. Een grotere hoeveelheid zal operatief verwijderd moeten worden.

Seroomvorming

Zelden maakt het lichaam vlak onder de huid seroomvocht aan. Seroomvorming ontstaat op de plaats waar de operatie is uitgevoerd en begint meestal ongeveer een week na de operatie. Dit vocht kan doorgaans worden verwijderd middels injecties die gedurende een maand, twee maal per week gebeuren. Omdat seroomvocht veel eiwitten bevat, is het van belang dat de patiënt voldoende eiwitten nuttigt. Hoewel de kans op infecties bij seroomvorming klein is, wordt vaak toch antibiotica voorgeschreven.

Nabloeding

Ook nabloeding komt zelden voor omdat het middels drains meestal wordt voorkomen. Indien nabloeding zich toch voordoet, moet dit worden verholpen door middel van een kleine operatie.

Infectie

Om risico te beperken wordt tijdens de operatie via een infuus antibiotica toegediend. Wanneer in een enkel geval toch infectie optreedt, kan dit lelijke littekenvorming tot gevolg hebben.

Zenuwbeschadiging/gevoelsstoornissen

Het gevoel in de tepels en de huid kan veranderen. Dit kan zich uiten in zowel overgevoeligheid als ondergevoeligheid en zelfs ongevoeligheid. Vaak verbetert deze toestand na verloop van tijd, maar dit is niet altijd het geval. Hoe groter de hoeveelheid huid die wordt verwijderd, hoe groter de kans op gevoelsstoornissen.

Stop melkproductie

Bij een borstlift zal de plastisch chirurg zijn/haar best doen om de melkgangen die naar de tepels leiden intact te laten. Deze kunnen echter worden doorgesneden of beschadigd, wat borstvoeding in het vervolg onmogelijk maakt. Bij een zwangerschap zal de melkproductie afgeremd moeten worden om stuwing te voorkomen.

Verstoorde wondgenezing en weefselversterf

Dit komt zeer zelden voor. Verstoorde wondgenezing en weefselversterf kunnen leiden tot tegenvallend resultaat. In zeldzame gevallen treedt weefselversterf van de tepel op.